
Anita wordt in bad gevonden met doorgesneden polsen. Zelfmoord, daar is iedereen van overtuigd. De inspecteur van politie blijft zijn hele leven echter twijfelen aan deze conclusie.
Maar Uit water en bloed gaat niet over de zoektocht van de politie naar de waarheid. Het gaat over drie vrouwen uit drie verschillende decennia. Ze hebben iets gemeen, maar dat weten ze niet. Toch zou dit raadsel binnen een bepaalde tijd moeten worden opgelost.
In zijn debuut neemt Goessens ons mee naar de jaren ’40, ’70 en ’90 van de twintigste eeuw. De titels van de hoofdstukken zijn telkens gewijd aan de vrouw om wie het dan gaat. ‘Het wanhopige leven van Anita’, ‘Het onfortuinlijke verhaal van Alex’ en ‘Het miserabel leven van Anna’. Alex is de ik-figuur, in tegenstelling tot de andere twee.
Ten tijde van de gebeurtenissen zijn alle drie de vrouwen begin twintig. De hoofdstukken vinden allemaal plaats in de maand mei, maar ze zijn per vrouw niet chronologisch geschreven. Dit geeft een vervreemdend effect, dat ook nog benadrukt wordt door Goessens schrijfstijl. Zijn zinnen zijn vloeiend, met mooi Vlaams woordgebruik, maar vaak soms ook heel kort en duister, waar hij geen blad voor de mond neemt. Hij benadrukt geuren heel erg, en tussengestrooide nieuwsberichten van ongevallen gaan steeds meer opvallen. Op de voorkant van het boek staan drie bomen, die telkens terugkomen in het verhaal.
Uiteindelijk komen we bij de ontdekking van het familiegeheim, maar daarmee is het – zonder dat de vrouwen dat beseffen – nog niet gedaan. De totaal onverwachte wending die Goessens dan over ons uitstort is weergaloos. Het boek eindigt adembenemend, mysterieus en bizar. En dan pas krijgt de titel betekenis.
Uit water en bloed is beslist geen doorsneethriller, het gaat verder dan dat. Het is een verhaal vol raadsels, een bijzonder boek met een slot waar ik echt even van moest bijkomen.
Uitgeverij Phoenix Books 2022
189 pagina’s