
Jane Trevally komt in een gevaarlijke situatie terecht in het huis van een man, maar het lukt haar om te vluchten. Vijfentwintig jaar later staat ze bij toeval bij ditzelfde huis, deze keer om een verdwaald hondje terug te brengen. Een hondje, dat in het verhaal een prominente rol krijgt.
Jane vangt genoeg signalen op om een zoektocht te beginnen naar de geheimen van het huis. Het blijkt allemaal nog veel gruwelijker te zijn dan ze ooit had kunnen vermoeden, vooral als ze zich beseft dat zij het ook had kunnen zijn – destijds.
Lisa Jewell heeft gewerkt als modetekenaar, tot ze in 1998 fulltime time ging schrijven. Inmiddels heeft ze meer dan twintig thrillers uitgebracht, allemaal bestsellers die in 29 talen vertaald zijn.
Zij had het kunnen zijn zit anders in elkaar dan Jewells’ eerdere thrillers. De lezer valt midden in een wirwar van verhaallijnen, vanuit allerlei perspectieven en tijdlijnen geschreven. Een wirwar die mondjesmaat ontward wordt, maar steeds nieuwe draadjes voorkomen dat weer, alsof elke keer een luikje zich even opent om een partje van een van de verhaallijnen te tonen en dan snel weer wordt gesloten. Lezers zullen zich zeker in de eerste helft van het boek maar blijven afvragen hoe het nou zit, maar Jewell houdt ze op geniale wijze aan het lijntje en zorgt constant voor verwarring, waarmee ze hen vast aan het boek kluistert.
De auteur zet een griezelige, duistere sfeer neer, ze laat haar lezer zich verliezen in het naargeestige, verwaarloosde huis vol gevaar en geheimen en met zijn afstotelijke, enge bewoners. Pas later geeft ze tussen neus en lippen door flintertjes aanwijzingen, zodat uiteindelijk wel iedereen een plek in het verhaal krijgt.
Naast haar zoektocht jaagt Jane ook haar eigen verleden na; ze heeft daardoor de innerlijke drang om koste wat het kost te achterhalen wat er speelt; en zo ook waaraan ze zelf lang geleden is ontkomen.
Jewell heeft een fijne, scherpe schrijfstijl vol speldenprikjes met alarmbelletjes, maar soms lijkt het ook alsof we terecht zijn gekomen bij Tommy en Tuppence, het jonge amateuristische speurdersduo van Agatha Christie, die net als Jane met haar stiefzoon Dexter allerlei doldwaze zaken wilden oplossen.
Zij had het kunnen zijn is een duister verhaal met griezelige elementen, verknipte, beschadigde personages en een enge clown. Het stevent af op een afgrijselijke plot, maar de ijzingwekkendste twist bewaart Jewell voor het ultieme slot. Een twist die de personages in het verhaal niet zullen kennen. Maar de lezer wel.
A.W. Bruna uitgevers 2026
384 pagina’s
Deze recensie staat ook op Passie4boeken.com