
Huiver. De titel zegt alles al. Vanaf de eerste pagina zorgt Reynolds voor huiver, die niet alleen slaat op winter en kou, sneeuw en gletsjers, maar ook op dreiging en angst. Dreiging die zowel van binnenuit als van buitenaf kan komen, niets wat we niet weten en Milla en haar vrienden ook niet.
Allie Reynolds heeft een zeer knap, psychologisch sterk debuut afgeleverd. Een reünie in een afgelegen ski-resort van een groepje fanatieke snowboarders, na traumatische gebeurtenissen tien jaar geleden. De hoofdstukken in het heden zijn afgewisseld met die in het verleden, waarin gebeurtenissen gereconstrueerd worden en er voortdurend op gevaarlijke geheimen gezinspeeld wordt.
Juist in de delen van tien jaar geleden leren we personages goed kennen, hun karakter, eigenaardigheden en uiterlijke verschijning, maar vooral ook hun onderlinge verhoudingen. Het gaat alleen maar over winnen, de beste zijn, over vriendschap en afgunst die levensgevaarlijk kan zijn.
Het is natuurlijk geen nieuw thema, dat van de gesloten kamer, het afgesloten zijn van de rest van de wereld, maar het is desondanks erg benauwend als het wantrouwen naar elkaar groeit, maar ze toch op elkaar aangewezen zijn. Reynolds zorgt voor onheilspellende effecten, het is griezelig hoe zij spanning tergend langzaam kan laten oplopen.
Allie Reynolds is zelf snowboarder geweest. Daardoor geeft ze ons een ruime kijk in de wereld van deze gevaarlijke sport, zo gedetailleerd als alleen een insider maar kan doen. De vaktermen buitelen over elkaar heen en worden lang niet altijd voor de leek uitgelegd. Maar dit is niet zo erg, want ze zijn niet van belang voor het verhaal, sterker nog, uitleg zou de vaart er veel te veel uithalen.
Als een pijlsnelle afdaling door de sneeuw raast Reynolds af op de ontknoping. Een gevaarlijke rit waarin cliffhangers en plotwendingen elkaar afwisselen, om uiteindeljk dramatisch tot stilstand te komen in een afloop die je niet had zien aankomen.
AmboAnthos 2021
376 pagina’s