
Jodi Picoult slaagt er altijd in om me onmiddellijk in haar boeken te laten verdwijnen. Met haar inlevingsvermogen raakt ze haar personages tot in de kern, met haar beeldende schrijfstijl sleept ze me helemaal mee, zodat ik het gevoel heb dat ik zelf erbij aanwezig ben. Zij schrijft altijd over de relatie tussen een vrouw en haar kind. Hoe ver zij gaat voor haar kind, waartoe ze in staat is. Picoult beschrijft de onbreekbare band als geen ander, maar doet dat onderhuids, ze laat het zien door gedachtes, door acties, door gebeurtenissen.
De zesjarige Willow O’Keefe is geboren met de brozebottenziekte, door bijna elke onverhoedse beweging kan ze al iets breken. Haar ouders komen in financiële problemen door de torenhoge ziekenhuisrekeningen. Totdat moeder Charlotte ineens een kans ziet. Dit heeft echter wel onomkeerbare gevolgen voor haar relatie met haar hartsvriendin Piper, die tevens haar verloskundige was.
Het tere kind is in zijn geheel gericht aan Willow, verteld door verschillende mensen uit haar directe omgeving. Er zijn hoofdstukken vanuit Charlotte geschreven, voor wie de zorg voor Willow allesoverheersend is; vanuit vader Sean en oudere zus Amelia; maar ook Piper en Charlottes advocaat Marin komen aan het woord. Ook bij de laatste gaat het veel over een moeder-kindrelatie, een lijn die Picoult op bijzondere wijze integreert in het boek.
Deze verschillende invalshoeken geeft een heel indringend beeld, we kruipen tot hierdoor de kern van elk personage, voelen we mee met hun innerlijke strijd, hun twijfels en frustraties, maar ook hun eenzaamheid.
Amelia’s deel is overigens niet opgeschreven als de twaalfjarige die zij is, maar met volwassen taalgebruik, in dezelfde stijl als de anderen. De bijzondere band die zij met haar zusje heeft, speelt een grote rol in het verhaal.
Het tere kind is wederom een prachtig opgebouwd verhaal, door de verschillende invalshoeken, door het spelen met tijdlijnen. Picoult staat ook bekend om haar fantastische research voor elk nieuw boek. Ze schrijft over osteogenesis imperfecta (brozebottenziekte) en verloskunde alsof ze zelf ervaringsdeskundige is. Ze treft de impact die de zorg voor een kind met deze handicap op een gezin heeft bloedstollend goed. Hartverwarmend is ook de troost die Charlotte haalt uit het bakken van taarten, met vermelding van recepten erbij, die gelardeerd zijn met verwijzingen naar haar gemoedstoestand.
Ook nu voert Picoult weer ethisch dilemma’s aan, deze keer over abortus. Altijd speelt als lezer in mijn hoofd de vraag wat ik zelf zou doen in een dergelijke situatie, een vraag die alleen iemand kan beantwoorden die daadwerkelijk mee te maken heeft.
Maar – het gebeurt niet vaak – ik vind dit boek iets te dik. Er sluimert een gevaar van herhaling van zetten. Gebeurtenissen voegen niet meer echt iets toe en dat is jammer. Het was te voorkomen door het een stukje korter te maken.
Het slot is onverwacht schrijnend en dramatisch en zindert een hele tijd na. Ik kom maar moeilijk los van dit boek, zoals Picoult er trouwens altijd in slaagt mij te grijpen.
The House of Books, 2011
549 pagina’s