13 maart 2020

Hij wordt tergend breedsprakig als je op het punt staat iets belangrijks te horen en je wil hem dan wel door elkaar rammelen. ‘Zeg het! Leid me niet af!’ Dat zijn de momenten van de uitweidingen in de tekst, over een landschap, of iemands levensloop, of wat dan ook. Doet hij dat nou om te plagen?
Je wil dat dan absoluut niet horen. Spanning vasthouden, het laatste snippertje informatie uitstellen – Coben is er een meester in. Ik heb de neiging om hele alinea’s over te slaan, maar kan, zij het knarsetandend, net genoeg zelfbeheersing opbrengen om hieraan niet toe te geven.
Twintig jaar geleden verloor Paul Copeland zijn zus. Op een zomernacht sprak de zeventienjarige Camille met een vriendin en hun vriendjes af in het bos. De volgende ochtend werden de levenloze lichamen van twee jongeren aangetroffen; van de overige twee, onder wie Camille, werd nooit meer iets vernomen.
Het leven werd na die rampzalige nacht nooit meer hetzelfde. Paul wordt nog dagelijks door schuldgevoel gekweld; als hij die nacht beter had opgelet, zou zijn zusje nog leven. Twintig jaar later blijkt dat tenminste één persoon die bewuste nacht heeft overleefd…
Af en toe richt Coben zich rechtstreeks tot jou als lezer, wat me het gevoel geeft vlakbij de gebeurtenissen te staan. Alsof hij me persoonlijk een verhaal vertelt.
Je kunt er bij deze schrijver op wachten, er komt ook hier tegen het einde een bloedstollende twist. Onverwachte plotwendingen maken het verhaal dan eigenlijk nog tragischer dan het al was.
Wat rest is een schrijnend slot vol onzekerheid met misschien alleen maar verliezers. Je hoopt gewoon dat het nog goedkomt, maar het boek is al uit…
Boekerij, 2013
368 pagina’s