7 maart 2020

Ik heb drie andere boeken van Nesser gelezen waar ik erg van onder de indruk was. Omdat ik ook linkshandig ben, trok de titel van dit onderhavige mijn belangstelling, maar het is echt van een ander kaliber dan de vorige boeken, wat mij betreft.
Het verhaal speelt zich af op fantasielocaties, ergens in Europa, maar wel in de 20e en 21e eeuw. Dat rijmt niet voor mij. Jammer, het krijgt een zweverige sfeer. Ik heb liever dat de locatie van een verhaal stevig in de schoenen staat. De vreemde namen van zowel personen als steden en straten leiden erg af van het verhaal zelf. Het duurt heel lang voordat ik een beetje gewend raak aan de fantasyachtige,sprookjesachtig benamingen, die ook nog eens vreemd gespeld zijn. In feite raak ik er zelfs helemaal niet aan gewend.
Het is eind jaren vijftig wanneer een paar linkshandige jongens onder leiding van de jonge Marten Winckelstroop besluiten een vereniging op te richten omdat hun leerkracht hen dwingt met rechts te schrijven. In de jaren negentig brandt een pension af waarbij voormalige leden van de genoemde club tijdens een reünie omkomen. De zaak wordt gesloten tot de politie jaren later een bij werkzaamheden opgegraven lijk met de cold case in verband brengt. De hulp van de gepensioneerde inspecteur Van Veeteren wordt ingeroepen om het onderzoek te heropenen.
De karakters worden in een langzaam tempo geïntroduceerd, net als de gebeurtenissen indertijd. Maar wel dusdanig dat het tegelijkertijd allerlei vragen oproept. Nesser springt heen en weer in de tijd, waarmee hij wel spanning creëert. Zijn schrijfstijl is luchtig en afstandelijk, met losse dialogen.
Waar de stukken over de leden van de Vereniging van Linkshandigen onderling iets serieuzer van toon zijn waar wel zorg en echte emotie in doorklinkt, neigen die van Van Veeteren naar hysterisch door de wel heel erg bijdehante Ulrike. Ik vind haar bijna irritant. Het lijkt wel geschreven met een knipoog naar Tommy en Tuppence, de privé-detectives van Agatha Christie.
Het boek is opgebouwd uit drie delen, in het tweede maakt Barbarotti zijn opwachting, die al even onbeholpen lijkt als zijn collega Van Veeteren. En die eveneens een vrouw – tevens collega in dit geval – naast zich heeft waar hij stevig op leunt. Ze lijken erg op elkaar, de twee politiemannen, ook de twee vrouwen vertonen veel overeenkomsten in hun gedrag eindigt maakt alles nog irritanter.
Toch zit het verhaal zelf goed in elkaar, Nesser houdt zeer zeker de spanning goed vast met onverwachte ontwikkelingen. De ontknoping is helaas geen verrassing meer, omdat hij te vroeg wordt aangekondigd. Ook al zo jammer.
Dat de vertaling hier en daar krom en knullig is, daar kan Nesser niets aan doen, natuurlijk.
Ik had meer gehoopt van dit boek.
De Geus, 2019
512 pagina’s