26 juli 2019

Als je ‘De waarheid over de zaak Harry Quebert’ hebt gelezen zou ik je aanraden om dat even te vergeten. Dat boek is zo geniaal dat het bijna onmogelijk is voor de schrijver om dit te evenaren, laat staan te overtreffen.
Dus, bovengenoemd boek buiten beschouwing latend: ‘De verdwijning van Stephanie Mailer’ is een leuk, prettig leesbaar en – in de verhaallijnen van de hoofdpersonen – goed geschreven boek. Spannend, een echte who-dunnit die doet denken aan Agatha Christie; maar veel uitgebreider. Zeker in de eerste helft is het zo uitgebreid en fragmentarisch dat ik sommige korte scènes niet begrijp.
Dickers bedoeling is absoluut niet duidelijk, maar niet op de manier die hijzelf voor ogen had, vermoed ik. De hoofdstukjes lijken afgeraffeld, met personages die (dan nog) niets met het verhaal te maken hebben. Ik kan me voorstellen dat lezers na zo’n 150 pagina’s afhaken.
Het is een allegaar aan personages, waarvan enkele karakters wel heel erg doorgetrokken worden tot in het ridicule, dusdanig dat het te ongeloofwaardig wordt.
Orphea is een rustige badplaats in de Hamptons, een paar uur rijden van New York. Een stadje waar niet veel gebeurt, tot het op de avond van 30 juli 1994 wordt opgeschud door een afschuwelijk incident: de burgemeester van de stad en zijn familie worden thuis vermoord, evenals een toevallige getuige.
Het onderzoek wordt geleid door twee jonge politieagenten, Jesse Rosenberg en Derek Scott. Ambitieus en vasthoudend weten zij de moordenaar te pakken, het bewijs is zeer overtuigend. Ze ontvangen zelfs een onderscheiding voor hun prestatie.
Twintig jaar later, in de vroege zomer van 2014, vertelt journaliste Stephanie Mailer aan Jesse dat hij destijds een belangrijke fout heeft gemaakt. Maar voor hij haar uitvoeriger kan spreken, verdwijnt ze onder verdachte omstandigheden.
Wat is er met Stephanie Mailer gebeurd? Wat heeft ze ontdekt? En vooral: wat gebeurde er echt op de avond van 30 juli 1994 in Orphea?
Noch het nieuwe onderzoek in 2014, noch het eerste in 1994 wordt rechtstreeks verteld. Jesse doet zijn verhaal achteraf en Derek verteld vanuit een flashback. Dus het hele boek, met uitzondering van stukken van Anna, is eigenlijk een terugblik, een soort verslag.
Het is een leuke manier om afwisselend bijgepraat te worden over beide politieonderzoeken. We springen van de ene tijd in de andere en weer terug om te ontdekken wat er nou gebeurd is. Daar doorheen lopen nog een paar mysteries waarnaar steeds verwezen wordt. Hier houdt Decker de spanning er goed in.
Er gebeurt zo ontzettend veel in dit boek, dat Dicker waarschijnlijk niet anders kón dan scènes heel snel laten doorlopen. Het verhaal gaat soms wel in een heel hoog tempo door; ook hier is er sprake van afraffelen.
Er blijft gelukkig nog heel veel over. Ondanks alles is het een goed opgebouwd boek. Dicker werkt met alle lijntjes, personages en gebeurtenissen toe naar een ontknoping die steeds onmogelijker lijkt. Alle fragmenten vallen een voor een op hun plaats, terwijl de spanning allen nog maar opgevoerd wordt.
Maar de plot is echt geniaal en beslist origineel te noemen. Dat maakt echt heel veel goed.
Hier en daar vind ik de vertaling een beetje knullig, die doet het origineel bepaald geen recht. Maar niet alles is af te schuiven op de vertaling. Dickers’ schrijfstijl heeft af en toe ook wel iets onbeholpens. Jammer dat hij (nog?) niet de techniek beheerst om vanaf het begin te overtuigen. Hij zou dan waarschijnlijk meer lezers bij zich gehouden hebben.
De Bezige Bij, 2019
635 pagina’s(Visited 17 times)