
Owens heeft als veldbioloog van natuur haar leven gemaakt en dat merk je aan alles. Al haar kennis zet ze in bij de vele natuurbeschijvingen in dit boek, in deze stukken laat ze een prachtige schrijfstijl zien. Deze natuurbeschrijvingen zijn zo gedetailleerd dat het bijna een natuurgids lijkt. En dat is net teveel van het goede voor een roman, waarin we toch vooral het reilen en zeilen van een eenzaam meisje volgen.
Het is een mooi thema, een meisje dat moederziel alleen en verwilderd leeft in een moeras met alleen dieren om haar heen. Romantisch ook wel, ondanks de ontberingen. Maar kan dit echt in 1952 in de VS? Naar mijn idee past dit niet in de tijd. Laat het een halve eeuw eerder spelen en de dikke waas van onwaarschijnlijkheid is weg.
Kya Clark is in haar eentje opgegroeid in het moeras langs de kust van North Carolina, afgesloten van de bewoonde wereld. Ze ontmoet nauwelijks mensen, maar leert hoe ze zichzelf kan onderhouden. Tot er een man vermoord wordt en zij de enige verdachte lijkt te zijn.
Het verhaal kabbelt een beetje door, net zoals Kya’s leven, hier en daar is het een beetje voorspelbaar. Het is duidelijk dat Owens zich veel meer thuisvoelt bij de delen, vaak bladzijden lang, over de dieren en planten in het moeras dan bij haar pogingen om zich in te voelen in de zielenroerselen van Kya. Dan levert ze vooral korte scenes die min of meer aan elkaar geplakt zijn, met soms ook nog licht irriterend woordgebruik, waarbij ze er niet in slaagt om die tot een goedlopend vloeiend verhaal samen te voegen.
Maar wat ik eigenlijk erger vond, is de storende manier waarop Owens in haar relaas van perspectief wisselt. Binnen een hoofdstuk staan er te vaak plotseling zinnen vanuit het perspectief van de ander. Dit kan niet, dit is rommelig, een beginnersfout, dit moet een auteur anders aanpakken en als die dat niet doet dan ligt daar een taak voor de redacteur.
Owens maakt een enkele keer ook gebruik van flashbacks om een stukje van Kya’s verhaal te vertellen, als verduidelijking op een moment dat dit plotseling nodig is. Het komt over alsof ze dat op dat moment ineens bedacht. Voor de natuurlijk verloop van het verhaal zou het beter zijn geweest als ze deze details of gebeurtenissen in een eerder stadium had ingepast.
Dat de auteur de verhaallijn over de moord en de nasleep daarvan in stukjes tussen het verhaal door geplaatst heeft, is wél mooi gedaan. Deze constructie komt heel natuurlijk over. Hierdoor krijgen we informatie over wat er in de toekomst zal plaatsvinden. Dat zorgt voor een groeiende nieuwsgierigheid aangaande Kya’s lot.
Het eigenlijke slot is nogal abrupt. Daarna volgen nog een paar pagina’s over de veertig jaar van de rest van Kya’s leven, maar te summier en met te grote gaten ertussen. Owens wil ons nog verrassen met een mooie twist aan het eind. Maar die was exact zoals ik die had verwacht.
The House of Books, 2021
384 pagina’s