
In Het dorp van de herinneringen duikt Bárcena in de geschiedenis van zijn eigen geboortedorp. Personages zijn gebaseerd op echte, hoewel feiten wel met wat fictie vermengd zijn. De auteur komt zelf ook in het verhaal voor als de zoon van Emilio en Mercedes.
Emilio en de zwangere Mercedes vestigen zich in 1984 met hun twee dochters in het kleine dorp Toñades in Noord-west Spanje.
In 1633 leeft in datzelfde huis een ander stel; in 1946 wonen er mensen die een pelgrimstocht gaan ondernemen. Honderd miljoen jaar geleden ontstaat een fossiel in die buurt, in 1995 wordt die gevonden door een elfjarige jongen.
Het boek bevat pagina’s vol gevuld met korte zinnen, in beschrijvende vorm. Ze gaan kriskras door de tijd, soms gaan ze over bijzondere dingen of juist heel gewone, maar vooral over lokale zaken. Vaak springen we in één zin een paar eeuwen heen en weer. Bárcena maakt nauwelijks gebruik van alinea’s, de bladspiegel is daardoor vol, dik bedrukt. Dit alles is steeds totaal gespeend van emoties. Die komen er wel in de verhalende stukken, waar ook dialoog in voorkomt. Daarin komen mensen tot leven. Dit zijn ook de belangrijkste rode draden in het verhaal: Emilio en Mercedes in 1984, met hun twee dochters en hun zoon die op zoek gaat naar dinosaurussen, Juan en Juliana in 1633 en Luis en Terese net na de Tweede Wereldoorlog. Hun verhalen spreiden zich uit over heel wat meer pagina’s dam alleen een kort regeltje met het jaartal in de marge. Die jaartallen vormen wel een prima houvast bij het lezen, zodat je je voortdurend realiseert in welk tijdperk je zit. Tegelijkertijd is het zaak om het hoofd en goed bij te houden.
Met Het dorp van de herinneringen is de auteur erin geslaagd om op een heel originele manier de geschiedenis te doen herleven, toegankelijk te maken. Het gaat over de gewone mens. Alles uit voorgaande eeuwen komt tegelijkertijd tot ons.
Het resultaat is een bijzonder boeiend, hartverwarmende roman die je niet snel zal loslaten.