
Journalist Ross Hunter raakt op het spoor van een mogelijk sterk bewijs voor het bestaan van God. Met behulp van summiere gegevens volgt hij dit spoor, maar krijgt daarbij ook te maken met mensen die liever niet hebben dat dit bewijs boven tafel komt, of die het zelf voor eigen gewin in handen willen krijgen.
Het boek heeft daardoor veel verhaallijnen, waarvan we in eerste instantie nog geen idee hebben welke rol ze gaan spelen. Ze zorgen er allemaal voor dat Ross’ leven voortdurend in gevaar is. Maar zijn doorzettingsvermogen is enorm, opgeven is geen optie.
Het verhaal drijft op zenuwslopende spanning, voortdurend, er is constant actie. Dat geeft het veel vaart, nergens zit een rustpunt, het gaat aan één stuk door, waardoor het moeilijk is om te stoppen met lezen.
Ultiem bewijs, maar ook ultiem verraad. Maar dankzij de twist op de laatste pagina eindigt James positief voor zijn sympathieke hoofdpersonage.
De vergelijking met Dan Brown dringt zich natuurlijk op. Peter James doorstaat deze vergelijking met glans.
De Fontein, 2019
496 pagina’s